Het park door de ogen van ………..

Een beetje stad heeft een park. Anders zou ik zeggen, is het geen stad. Een dorp met een park is bijzonder. Analogieën zijn er meestal om iets uit te leggen dat moeilijk is. Maar niet in dit geval: als de stad, of in dit geval het dorp, het lichaam is, is het park de ziel. Een lichaam beweegt, zweet, klotst, borrelt, moet gevoed worden en plant zich voort. Daar regeert de biologie, de medische wetenschap en de chemie. En zoals er zo veel ogenschijnlijk zinloze lichamen bestaan, in de vorm van de meest uiteenlopende wezens op deze aardkloot, zo zijn er zo veel steden en dorpen die geen park hebben. En dus geen ziel. De naïeve toeschouwer zou misschien denken dat het park ook geregeerd wordt door de biologie, maar niets is minder waar: het park is van de filosofie, de vriendelijkheid en de liefde, kortom van alles dat mooi is, maar geen vorm of soortelijk gewicht heeft.

Wanneer je een park binnen komt, betreed je een andere wereld. Dat is niet iets geleidelijks: het moment dat je een stap in het park zet is alles onmiddellijk anders. De geluiden van de straat verdwijnen, er zijn ineens geen huizen, auto’s of haastende mensen. En terwijl je normaal gesproken weet waar je heen wilt, op tijd probeert te zijn, ongeduldig wordt als iets of iemand in de weg staat, dat alles verdwijnt als sneeuw voor de zon als het park binnen stapt. Ineens maakt het niet uit of je linksom of rechtsom gaat. Er is ruimte. Je kijkt om je heen, je ruikt, je luistert. Je groet onbekende mensen die je tegemoet komen, je glimlacht als een hond iets geks doet, je voelt de zon op je huid. Dat alles komt omdat je de ziel van het dorp bent binnengegaan.

Als psycholoog moet ik het nu toch even over uw eigen ziel hebben. En ik kom maar meteen ter zake: uw identiteit. We hebben sterk de neiging om te denken dat we een solide identiteit hebben, of zijn. Een bekende manier om iemands zelf-concept te achterhalen is de zogenaamde 20-statements test. Op een verder blanco stuk papier staan 20 regels, genummerd 1-20. Elke regel begin met “Ik ben…” en je vraagt je proefpersoon om die twintig zinnen in te vullen. De eerste paar zinnen zijn vaak goed te voorspellen, je bent een man of vrouw, een dochter of vader, je beroep komt er snel in, en misschien een paar persoonlijkheidstrekken. Maar dan gaan mensen heel verschillende dingen opschrijven. En als je verder kijkt naar wat mensen nu als hun “identiteit” zien, dan blijkt dat heel erg af te hangen van de situatie waarin ze zich bevinden. Een vriendelijke man kan ineens agressief zijn als hij achter het stuur zit. In je familie kan je heel anders zijn dan in een bestuursvergadering. En in de sportschool ben je anders dan in de kerk.

Wanneer u het park binnen stapt, denk ik dat ineens de beste stukjes van uw identiteit de boventoon voeren. Tenminste, als u daar enigszins voor open wilt staan. Als u van rust houdt, zal die op u nederdalen. Als u een sociaal dier bent, zult u snel een praatje met die onbekende aanknopen. Als u een dichter bent, zullen woorden en regels spontaan opkomen. Een het mooiste is misschien wel om als u het park betreedt gewoon niets te willen, alles tot u te laten komen zoals het komt, te genieten van dat ene moment dat u daar staat of loopt. Maakt u zich geen zorgen: u bent in de ziel van het dorp. En die ziel is goed. Mooi dat Haren het Boeremapark heeft. Weest er zuinig op.

Bas Verplanken – Professor sociale psychologie – University of Bath, Engeland

Dit bericht werd geplaatst in Het park door de ogen van .. en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s