Het park door de ogen van een oud-aanwonende

Met een prachtig uitzicht vanuit de woonkamer en het buitenterras, heb ik 25-jaar lang kunnen genieten van alle jaargetijden in het park. Vooral in het voorjaar, bij het krieken van de dag met het gekwetter van vele soorten vogels, was het feitelijk een lust om zelf ook wakker te worden.

Henk Werners kl 014 - kopie

Nestjes bouwende en uitvliegende jonge vogeltjes.

Zodra de temperaturen verder opliepen begon het vogelwereldje zichtbaar met de eerste voorbereidingen om een nestje te vinden of te bouwen. Na vervolgens ontelbaar vaak aan te vliegen met o.a. takjes, twijgjes, veertjes en pluisjes etc. kwamen, op verborgen plekjes in bomen en struiken, de broedplaatsen gereed.  Andere soorten keerden jaarlijks terug in bijvoorbeeld vogelhuisjes, boomholtes en onder dakpannen om daar hun onderkomens voor de eitjes in te richten. Het aanleveren van wormen en insecten door de partners van de broedende vogels bleef ook niet ongemerkt. En als de eieren waren uitgebroed klonk er getjilp uit de  kraam-kamers en verrichten beide partners drukke arbeid met het voeden van de roepende onverschrokken jongen.

Dit was een belevenis op zich want wat hadden ze het dan druk, en als de jongen korte tijd later het nest konden verlaten was het één en al gekwetter en getjilp om de vliegkunst onder de knie te krijgen, maar ook om  twijfelachtige jongen uit het nest te krijgen. Vele generaties zijn aldus uitgevlogen en het park gepasseerd.

Dat er wel eens een kat met een vogeltje in de bek het terras passeerde, kwam uiteraard zielig over maar ook dat hoort nu eenmaal bij de natuur. Echter, het krijsen van de kennelijk achter gebleven moeder of partner drong toch wel door tot de mensenziel.

Water- en zwemvogels in en om de vijver.

Met een blik op de vijver was ik vaak getuige van het wel en wee van verschillende soorten water- en zwemvogels. Daarbij viel op vele momenten in het voorjaar te zien dat ze aan het paren waren, en niet te vergeten het leveren van de soms hevige strijd tussen twee woerden om één partner. Na de paartijd brak ook voor hun de tijd aan om te nestelen en te broeden maar dat vond nogal eens plaats op verborgen plekken.

Echter, zodra de eieren uitgekomen waren kwamen de ouders met hun kroost naar de vijver. Ik heb het dan bijvoorbeeld  over eenden, ganzen waterhoentjes etc. Vooral wat betreft de jonge eendjes duurde het maar kort dat de meesten in leven bleven. Na één of enkele dagen waren ze verorbert door o.a. reigers en mogelijk ook snoeken e.d.

Over de ganzen staat reeds veel geschreven op de website door bioloog Jan Hulscher en wat betreft de andere beesten, bijv. in het hertenkamp, zag ik ze veelal slechts op afstand. Vermeldenswaard is nog wel dat ik vanuit de kamer vaak de vissen zag springen in het water van de vijver. En dat er daardoor ook vaak vissers aan de waterkant zaten is begrijpelijk en niet te vergeten de jaarlijks terugkerende viswedstrijd op Konings-/Koninginnedag.

Fietsers, brommers en scooters op de voetpaden.

Zonder dat ik er persoonlijk ooit last van heb ondervonden, ergerden vele omwonenden zich aan jeugdige personen die met tweewielers het park bezochten. Op de fiets uiteraard zonder of met weinig lawaai,  maar met brommobielen was dit wel eens anders, vooral als sommigen menigmaal rondjes rond de vijver maakten. Ook deze doelgroep gebruikt(e) de openbare ruimte van het park als ontmoetingsplek, ook wel hangplek genoemd. Een column van hun is reeds op deze site afgedrukt. En, om volledig te zijn, de voetpaden worden ook veelvuldig benut als sluiproute , al dan niet met tweewielers. De verbodsborden dienaangaande vallen kennelijk niet op maar het wordt ook oogluikend toegestaan. In de periode dat stadswachten in het park verschenen werden fietsers en brommers wel eens aangehouden. 

Extreem minpunt tijdens mijn woon-tijdperk.

In de 25-jarige ervaring aan- en met het park komt één zeer exceptioneel minpunt bij mij boven. Namelijk dat aan- en omwonenden, alsmede jongeren door de gemeente werden uitgenodigd om in het Postiljonmotel te komen praten over een eventuele hangplek voor jongeren in het park. Een grote zaal vol mensen, jong en oud, kreeg direct na de opening van de toenmalige wethouder te horen dat ze met de jongeren reeds overeenstemming had bereikt over die hangplek.

Metéén sloeg de vlam in de pan, vele aanwezigen voelden zich gepasseerd en genomen dat ze uitgenodigd werden om te komen overleggen, terwijl de wethouder reeds een besluit had genomen. De zaal was als het ware te klein om het allemaal in de hand te houden. Het was met name de wijze waarop de indringende verwijten onverholen en met hevige gebaren de zaal in geslingerd werden. En de opgekomen, zich netjes gedragende jongeren, hadden het ook niet meer en verlieten deels de zaal. Een keurig nette heer zei: ,, Laat mijn vrouw het niet horen dat ik mij in opperste kwaadheid zo gedraag, dat is mij nog nooit eerder overkomen.  In veler belevenis was  het een  blunderavond van de eerste orde, waar de wethouder niet mee wist om te gaan, en u mag weten dat ik mij die avond even geen Harenaar meer voelde, zo beschamend was het! De officiële hangplek is er nooit gekomen, maar een later ingestelde politieverordening met een plaatselijk alcoholverbod heeft in mijn beleving vervolgens wel vruchten afgeworpen.

Ik eindig met, op ervaring gebaseerde, overtuiging dat wonen áán- en vertoeven in het park een ware lust is!

Henk Werners.

Dit bericht werd geplaatst in Het park door de ogen van ... Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s